Inleiding

De culturele en creatieve sector verdient geld voor Nederland. De directe bijdrage aan het bruto binnenlands product (bbp) wordt geschat op 2,25 procent in de afgelopen twintig jaar. Indirect draagt de sector bij aan onder meer het vestigings­klimaat voor burgers en bedrijven en de toeristische industrie. Zo bezochten in 2014 zes op de tien buitenlandse toeristen een of meer culturele instellingen, festivals of historische beziens­waardigheden tijdens hun verblijf in Nederland. 1

De waarde die gecreĆ«erd wordt door de sector komt lang niet altijd bij de makers terecht. Zo hebben mensen geld over voor toegang tot nieuws, games, muziek en films via het internet, maar gaat het grootste deel hiervan naar de bedrijven die de toegang faciliteren, zoals de producent van de smartphone of laptop en internet­providers. Zoek­machines als Google en YouTube verdienen op hun beurt aan de reclame­opbrengsten van digitale bezoeken. Slechts een fractie van de gecreĆ«erde waarde vloeit terug naar de makers van de creatieve content.

De Nederlandse economie in het algemeen en de culturele en creatieve sector in het bijzonder zijn erbij gebaat dat deze toegevoegde waarde in grotere mate bij de makers neerslaat. Het te gelde maken van de economische waarde draagt niet alleen direct bij aan een gezonde arbeids­markt binnen de sector, maar zorgt ook voor economische circulariteit: hogere inkomsten geven ruimte voor nieuwe investeringen, die leiden tot meer maatschappelijke en economische impact, wat weer leidt tot hogere inkomsten, et cetera. Om deze opwaartse beweging op gang te brengen en in stand te houden, is versterking nodig van het verdienvermogen van de sector. Dat dit verdien­vermogen ook binnen andere sectoren kan liggen, laat het genoemde voorbeeld zien.

Dit hoofdstuk bevat maatregelen die genomen kunnen worden door de sector en de overheid om het verdienvermogen van de sector te versterken. Deze maatregelen vergroten de koek voor iedereen. Om ervoor te zorgen dat de verzilverde waarde ook daadwerkelijk bij de juiste personen en organisaties terecht komt, dienen de voorstellen in dit hoofdstuk gezien te worden in samenhang met de voorstellen genoemd in de andere hoofdstukken, die gaan over een redelijke verdeling van de koek. De SER en Raad voor Cultuur wijzen erop dat de sector en de overheid een gedeelde verantwoordelijkheid hebben en niet op elkaar kunnen wachten.

Cultuur in Beeld 2016, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Den Haag, 2016.