Inleiding

Het blijkt dat veel werkenden in de culturele en creatieve sector (werknemers én zzp’ers) een zwakke inkomens- en onderhandelings­positie hebben. Werknemers hebben relatief vaak alleen tijdelijke contracten. Zzp’ers verdienen vaak weinig, hebben weinig financiële ruimte voor pensioen­opbouw en maar een klein deel van de zzp’ers verzekert zich tegen arbeids­ongeschiktheid. De beperkte onderhandelings­positie wordt in belangrijke mate veroorzaakt doordat het aanbod op de arbeidsmarkt groter is dan de vraag. Door de economische crisis en overheids­bezuinigingen in de afgelopen vijf jaar is de onderhandelings- en inkomens­positie van werknemers en zzp’ers verder onder druk komen te staan. Er zijn banen verdwenen, waardoor een deel van de werknemers zich gedwongen voelt om als zzp’er door te gaan. Er wordt door zzp’ers en opdrachtgevers op prijs geconcurreerd, door bijvoorbeeld geen acht te slaan op arbeids­voorwaarden. De positie van zzp’ers is ook zwak omdat de inhoudelijke gedrevenheid en artistieke ontwikkeling vaak voorop worden gesteld. Maar er is ook een sterke productie­drang vanuit het zakelijk belang om in beeld te blijven. De groei van het aandeel zzp’ers heeft mogelijk ook een drukkend effect op de inkomens en/of het aantal banen van werknemers in deze sector.