Collectieve onder­handelingen
door zzp’ers

De raden vinden het uit sociale overwegingen van belang dat werkenden tenminste een minimum­inkomen kunnen verwerven voor een zelfstandig bestaan en dat voldoende is om zich te kunnen verzekeren tegen ziekte en arbeids­ongeschiktheid, om pensioen op te bouwen voor hun oude dag en om zich te blijven scholen. In de culturele en creatieve sector is dat voor een deel van de werkenden niet mogelijk, aangezien de arbeidsmarkt in deze sector niet goed functioneert. De budgetten van culturele instellingen staan onder druk en er is een scheve machts­verhouding tussen werkenden en opdrachtgevers / werkgevers. Ook vinden de raden dat voorkomen moet worden dat het cultureel aanbod onder druk komt te staan door beperkte vergoedingen waarvan men niet kan leven.

Collectieve afspraken over honoraria kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan een betere inkomenspositie van zzp’ers. Voor schijnzelfstandigen zijn collectieve afspraken over honoraria en (andere) standaardvoorwaarden mededingingsrechtelijk toelaatbaar; voor zelfstandige ondernemers in beginsel niet.

De raden adviseren de wetgever om te onderzoeken hoe door specifieke wetgeving voor de culturele en creatieve sector, vanwege een welomschreven publiek belang dat een mededingings­beperkende maatregel kan rechtvaardigen, een uitzondering op het verbod op collectief onderhandelen door zzp’ers kan worden geschapen. 1 Voorbeelden uit landen die onder hetzelfde Europese mededingings­recht vallen kunnen bij dit onderzoek worden betrokken. 2 Met een dergelijke wettelijke uitzondering (of vrijstelling) kunnen in bestaande cao’s in de culturele en creatieve sector ook minimum­tarieven voor zzp’ers worden afgesproken, zodat er voor gelijkwaardige taken van werknemers en zzp’ers ook een gelijkwaardige beloning kan worden afgesproken. Ook de Tweede Kamer heeft in 2016 een motie aangenomen waarin hij het kabinet heeft verzocht om in gezamenlijk overleg met belanghebbenden en de ACM met een voorstel te komen hoe zelfstandig kunstenaars hun krachten bij onderhandelingen over arbeids­voorwaarden kunnen bundelen. 3 Het is de verantwoordelijkheid van de wetgever om publieke belangen zodanig helder aan te duiden dat deze goed als rechtvaardiging voor een beperking van de mededinging kunnen dienen. De raden adviseren de overheid te monitoren hoe een wettelijke vrijstelling in de culturele en creatieve sector in de praktijk uitpakt voor de prijzen en tarieven.

De regeling van het auteurscontractenrecht (art. 25 c lid 2 Auteurswet) die de minister van OCW de mogelijkheid geeft om op voorstel van representatieve verenigingen van makers voor een specifieke branche een standaardvergoeding vast te stellen. Denk ook aan de wetgeving die de vaste boekenprijs beschermt, met het oog op de culturele diversiteit.

De regelingen en de benadering van de mededingingswetgeving die landen als Duitsland, Frankrijk, Denemarken en Ierland hebben gekozen.

Motie van de leden Monasch en Jasper van Dijk, kamerstuk 32 820, nr. 194, Tweede Kamer, vergaderjaar 2015 – 2016.