Start met bewust­wording:
fair practice label

Het verbeteren van de inkomenszekerheid en duurzame inzetbaarheid van werkenden begint met bewustwording bij makers, instellingen, consumenten, bedrijven, subsidie­verstrekkers en overheden. Een meer gebundelde aandacht voor deze arbeidsmarkt­kwesties is behulpzaam. Een middel daarvoor is een het ‘Fair Practice Label’ waar op verzoek van de minister van OCW door Kunsten ’92 aan wordt gewerkt. Dit ‘Fair Practice Label’ maakt deel uit van een bredere Arbeids­markt­agenda. De raden adviseren om in het kader daarvan tot gedeelde waarden en uitgangs­punten te komen op een aantal kernonderwerpen. Daarbij zien zij graag dat ruimte gelaten wordt voor nadere uitwerkingen in deelsectoren, zodat maatwerk mogelijk is. Dit is de verantwoordelijkheid van de sector zelf.

De overheid en in het bijzonder de publieke cultuurfondsen kunnen de sector ondersteunen bij de ontwikkeling van instrumenten. Voorts ligt er voor hen een belangrijke rol weggelegd in de naleving van eventuele codes en richtlijnen die voortvloeien uit een ‘Fair Practice Label’.

De raden adviseren om hierin de volgende kernonderwerpen te betrekken:

Goed werkgever- en opdrachtgeverschap

Gezien de arbeidsmarktsituatie van veel werkenden in de culturele en creatieve sector is het wenselijk om een code voor goed werkgever- en opdrachtgeverschap te ontwikkelen. Een code voor goed werkgever- en opdrachtgeverschap omvat in ieder geval het bieden van een redelijke beloning, aandacht voor scholing en duurzame inzetbaarheid, naleving van de cao en het tegengaan van verdringing.

Verantwoord marktgedrag

De culturele en creatieve sector heeft niet alleen te maken van het instrument van subsidie­verstrekking: in toenemende mate worden overheidsopdrachten én opdrachten van (gesubsidieerde) culturele instellingen vergund via aanbestedings­procedures. In de consultatie kwam naar voren dat het maken van een goede inschatting van de prijs-kwaliteitverhouding bij aanbestedings­procedures niet altijd makkelijk is en dat men relatief vaak voor de laagste prijs kiest. Dit kan op termijn leiden tot het verdwijnen van kwalitatief betere aanbieders. Zeker in de culturele en creatieve sector dreigt het risico van oneigenlijke constructies rond arbeids­voorwaarden om uit te komen op een lagere prijs. Dit vraagt om investering in de professionalisering van de inkoopfunctie, vooral bij decentrale overheden en publieke instellingen: aanbestedingen in de culturele en creatieve sector moeten gericht zijn op de beste prijs-kwaliteit verhouding en moeten oog hebben voor de voorwaarden waaronder het resultaat tot stand komt. Ook is aandacht nodig voor de looptijd door te werken met langjarige contracten waar dat past bij de aard van de dienstverlening. In diverse sectoren is hiervoor een Code verantwoordelijk marktgedrag opgesteld: spelregels tussen aanbestedende diensten, aanbieders en werknemers­vertegenwoordiging voor aanbestedingen van een bepaald soort diensten en producten. 1 Daartoe behoort de mogelijkheid om een minimumlooneis of minimumtarief te stellen conform de loonschalen van een algemeen geldende cao. De raden adviseren aanbestedende diensten en sociale partners een dergelijke code ook voor de culturele en creatieve sector te ontwikkelen.

Verantwoord vrijwilligersbeleid

De culturele en creatieve sector is een aantrekkelijk werkdomein voor vrijwilligers. Omgekeerd dragen vrijwilligers bij aan een rijk cultureel aanbod en aan het draagvlak voor kunst en cultuur in de samenleving. De sector kan meer van deze combinatie profiteren door het vrijwilligersbeleid te professionaliseren. De sector kan onderzoeken welke afspraken met vrijwilligers gemaakt kunnen worden zodat meer zekerheid ontstaat over hun inzet. Omgekeerd kan gekeken worden wat vrijwilligers daarvoor terugkrijgen. Een goed voorbeeld hiervan is de handleiding voor vrijwilligersbeleid in musea. 2 Voorts heeft Movisie in opdracht van de Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV) het keurmerk Vrijwillige Inzet Goed Geregeld ontwikkeld. De raden adviseren de sector om te kijken wat zij van deze initiatieven kunnen leren en overnemen.

Volgens de arbeidsmarktverkenning van de SER en Raad voor Cultuur zou de sterke groei van het aantal vrijwilligers in sommige delen van de culturele en creatieve sector erop kunnen wijzen dat zij betaalde krachten verdringen. 3 Waar dit aan de orde is, kan het wenselijk zijn om in cao’s afspraken te maken over het voorkómen van verdringing van reguliere betaalde formatie door de inzet van vrijwilligers (zie cao Bibliotheken). Hierbij is van groot belang dat het kind niet met het badwater wordt weggegooid: zo zijn er veel kleine musea, festivals en monumenten die enkel kunnen bestaan dankzij de grote inzet van betrokken vrijwilligers.

Enkele voorbeelden:
Code verantwoordelijk marktgedrag schoonmaak- en glazenwassersbranche:
professionele inrichting en uitvoering van het aanbestedingsproces; sturen op EMVI, met een passende weging van kwaliteitsfactoren; aandacht voor kwaliteit van het werk en de arbeids­omstandigheden; maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Code verantwoordelijk marktgedrag Thuisondersteuning:
dialooggericht aanbesteden, met transparant inzicht in reële kosten, streven naar meerjarig partnerschap.

In de vaste collectie van het museum: de vrijwilliger, Popovic, M., e.a., Movisie, Utrecht, 2016.

Verkenning arbeidsmarkt culturele sector, pagina 13, Sociaal-Economische Raad en Raad voor Cultuur, Den Haag, 2016.