Verken ruimte mededingingsrecht

De Mededingingswet verbiedt afspraken die de concurrentie beperken – in het bijzonder tarief­afspraken. Dit kartel­verbod geldt ook voor zelfstandigen – maar niet voor ‘schijn­zelfstandigen’ die feitelijk onder gezag staan van opdrachtgevers en waarvan de werksituatie vergelijkbaar is met die van een werknemer.

Een uitzondering op het kartelverbod wordt gemaakt voor afspraken die voldoen aan elk van de volgende vier voorwaarden:

Het kartelverbod geldt niet voor afspraken binnen een onderneming. De raden adviseren de sector om nader te verkennen hoe nieuwe samenwerkings­verbanden zoals ‘besloten netwerken’ kunnen bijdragen aan collectieve onder­handelingen en de kennis over deze rechtsvormen met de daarbij geldende voorwaarden breed in de sector te delen.

De raden adviseren de wetgever om in overleg met de ACM te kijken hoe de ruimte in het mededingingsrecht beter kan worden benut ten behoeve van redelijke zzp-tarieven en bescherming van cao-afspraken. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan over de realisatie en uitwisseling van openbare, objectieve en geaggregeerde markt­informatie, onder meer ten behoeve van calculatie­schema’s voor tarieven, maar ook over de kaders waarbinnen wel afspraken in een cao kunnen worden gemaakt. Meer in het bijzonder verwijzen de raden naar de in 2011 verruimde bagatel­vrijstelling. 1

In artikel 7 van de Mededingingswet is de bagatel­vrijstelling opgenomen: het kartelverbod geldt niet als afspraken een verwaarloosbaar effect op de markt hebben. Dit is aan de orde als de afspraken gaan over: maximaal acht onder­nemingen met een gezamenlijke omzet van 5.500.000 euro voor ondernemers die goederen leveren of 1.100.000 euro in alle andere gevallen. Wanneer bovenstaande grenzen worden overschreden zijn kartel­afspraken alleen mogelijk voor onder­nemingen met een gezamenlijk marktaandeel van maximaal 10% én de afspraken geen merkbaar ongunstig effect hebben op de handel tussen EU-lidstaten.